janbrokkenportretDe Rechtvaardigen - Hoe een Nederlandse consul duizenden Joden redde

lezing door Jan Brokken over zijn boek
'De Rechtvaardigen'


donderdag 1 oktober


aanvang: 14.30 uur
entree: € 12,50

Met bibliotheek pas € 1 korting

De rechtvaardigen 

Jan Brokken

logo fakkel klein 100x175Hoe een Nederlandse consul duizenden Joden redde.

In ‘De rechtvaardigen’ beschrijft Jan Brokken het verhaal van de Nederlandse consul, Jan Zwartendijk.*) Aan het begin van de Tweede Wereldoorlog ontdekte deze consul in Kaunas (Litouwen) een manier om duizenden uit Polen gevluchte Joden het leven te redden: hij schreef voor hen een visum uit voor Curaçao. Daarmee reisden de Joden met de Trans Siberië Express naar Japan, van waaruit ze zich over de hele wereld verspreidden – vrijwel allen overleefden de oorlog. In korte tijd schreef hij koortsachtig duizenden visa uit. Jan Brokken beschrijft het leven van Jan Zwartendijk en de lotgevallen van veel van de ontkomen Joden in een meeslepend epos, waarin een treffend beeld wordt geschetst van een wanhopige tijd. De rechtvaardigen is een les in moed, in het maken van de juiste keuzes op het juiste moment.

*) Jan Zwartendijk afkomstig uit Rotterdam werkte voor Philips in Litouwen 

Biografie 

Jan Brokken (1949 – Leiden) 

Hij werd, niet lang na de terugkeer van zijn ouders uit Indonesië, geboren. Jan had twee oudere broers, beiden geboren in Makassar. 
Zijn vader, theoloog, had op Celebes en Salayer wetenschappelijk onderzoek gedaan naar islamitische bewegingen. Jan bracht het grootste deel van zijn jeugd in Rhoon door, waar zijn vader predikant was. Rhoon is het decor van zijn romans De provincie, Mijn kleine waanzin en De vergelding. Hij doorliep de middelbare school in Rotterdam, studeerde aan de School voor de Journalistiek in Utrecht en aan de universiteit van Bordeaux, Frankrijk

‘Mijn nieuwsgierigheid naar andere culturen en levenswijzen heb ik onmiskenbaar van mijn vader,’ zei Jan Brokken in een interview, ‘mijn reislust en de behoefte om mijn indrukken op papier te zetten van mijn moeder.’ ‘Als domineeszoon was ik een buitenstaander in het dorp. En thuis was ik ook een buitenstaander. Ik had als enige de oorlog niet meegemaakt, had als enige niet in een kamp gezeten en had als enige de tropenzon niet voelen steken. Vaak wordt gezegd dat ik zo goed kijken en luisteren kan. Dat komt omdat ik overal en altijd een vreemde was.’
Jan Brokken werkte voor Trouw en later voor de Haagse Post. In Bordeaux trouwde Jan Brokken met Marie-Claude Hamonic. Frankrijk werd Brokkens tweede vaderland en hij maakte er tal van reportages en interviews.
In 1984 debuteerde Jan Brokken met de roman De provincie. Direct al werd zijn uitzonderlijk verteltalent geprezen. ‘Hier treedt een schrijver aan,’ constateerde Rob Schouten in Trouw, ‘die er geen enkele moeite mee heeft een verhaal tot de laatste pagina spannend te houden.’ De recensent van Vrij Nederland, Frans de Rover, vond De provincie zo beklemmend dat hij zich afvroeg of ‘met dit boek niet een oude schuld wordt ingelost.’
Echt verbazen deed Jan Brokken met zijn eerst gepubliceerde verhalen. In Het laatste oordeel maakt een vader samen met zijn zoon een keuze uit de boeken die hij mag meenemen naar het bejaardentehuis. Uit de veertig strekkende meter boeken moet hij één meter kiezen. Door de boeken die hij uiteindelijk meeneemt ontstaat een portret van de man. Ieder van die boeken vertelt een episode uit zijn leven. In 1988 ontving Jan Brokken voor zijn verhalenbundel De zee van vroeger de Lucy en B.W. van der Hoogtprijs. Voor de verhalen uit De zee van vroeger koos hij de locaties Indonesië, China, Rusland. Het was het begin van een rusteloos bestaan. Jan Brokken woonde en reisde gedurende zes jaar in West-Afrika en schreef romans en reisverhalen die in Burkina Faso, Ivoorkust en Gabon spelen: Zaza en de president, De moordenaar van Ouagadougou, De regenvogel en Nog een nacht.
In 1992 verhuisde Brokken naar het Caribische gebied. Hij publiceerde Goedenavond, mrs. Rhys, over de jeugd van de op Dominica geboren schrijfster Jean Rhys, de bundel Vulkanen vanaf zee, met op Guadeloupe, Martinique en Curaçao gesitueerde verhalen, de grote zeeroman De blinde passagiers en de op Curaçao spelende roman De droevige kampioen. Vanuit Curaçao ondernam hij vele reizen naar Zuid-Amerika, die resulteerden in de non-fictie roman Jungle Rudy en de fictie roman Voel maar.
Met De blinde passagiers bereikte Jan Brokken voor het eerst een groot publiek, ook in Duitsland. Toch waren de jaren negentig, begonnen in Afrika en met Venezuela en Panama als laatste etappes, bepalend voor Brokkens zienswijzen en inzichten. ‘Over onderdrukking, geweld, ziekelijke oneerlijkheid (want dat is corruptie) en over de verkwanseling van het landschap heb ik daar het meeste geleerd. En over de ongelooflijke veerkracht van de mens om op die negatieve uitingen te reageren. Eén ding lijkt het individu niet aan te kunnen: de religie.’ En dat bracht Brokken terug bij de ervaringen uit zijn jeugd.
Na vijftien jaar wonen en reizen in het buitenland keerde hij in 2002 naar Nederland terug. In 2004 verscheen zijn autobiografische roman Mijn kleine waanzin. De grote waanzin uit dat boek zijn de oorlog en het religieuze fanatisme. Vier jaar later publiceerde Brokken de even persoonlijke roman In het huis van de dichter, over zijn vriendschap met de Russische meesterpianist Youri Egorov. ‘Mijn kleine waanzin vertelt de jaren vijftig en zestig op het Hollandse platteland, In het huis van de dichter de jaren zeventig en tachtig in Amsterdam. Dat was de opzet: een persoonlijke tijdsgeschiedenis van pakweg een halve eeuw in verhalende vorm.’
Voor Mijn kleine waanzin ontving Jan Brokken de Icodo Prijs, uitgereikt door de gezamenlijke stichtingen hulp aan oorlogsslachtoffers. In zijn dankwoord zei hij: ‘Mijn vader, mijn moeder en mijn broers hadden deze prijs in ontvangst moeten nemen. Niet ik.’
Jan Brokken woont wisselend in Amsterdam en aan de Franse Atlantische kust, als hij ten minste niet op reis is. 
Op een zeereis, aan boord van een kustvaarder, deed hij in 1999 geheel onverwacht Estland aan. ‘Ik dacht dat ik alleen van tropenhitte en tropenverhalen hield, maar die steden daar in het noorden, Pärnu, Tallinn, Riga, Vilnius, lieten me niet meer los. Tussen 1999 en 2010 reisde Jan Brokken acht keer naar de Baltische landen en stuitte op de ene na de andere intrigerende familiegeschiedenis. Van beroemdheden als Gidon Kremer, Sergej Eisenstein, Hannah Arendt, Jacob Lipchitz, Arvo Pärt, Mark Rothko tot onbekende of vergeten families. Ze kregen allen een plaats in Baltische zielen, een vuistdik non-fictieboek.
Met Baltische zielen schreef Jan Brokken een baanbrekend en grensverleggend boek.. ‘Een heerlijk boek,’ vond ook Piet de Moor van het Belgische weekblad Knack, ‘dat een van het Jodendom doordrenkte wereld van gisteren beschrijft.’ Maar belangrijker was de diepe indruk die Baltische zielen maakte – duizenden en nog eens duizenden lezers reisden aan de hand van het boek door Estland, Letland en Litouwen.
De vergelding verscheen in 2013. In het tv-programma Boeken werd gezegd: ‘Ik heb zelden meegemaakt dat iemand in Nederland zó goed heeft ingezoomd op zo’n gebeurtenis en heeft laten zien hoe gecompliceerd alles was. Goed, fout, dat weten we wel, maar al die tinten daar tussenin.’ Een maand later, op 25 februari, zag de zesde druk het licht. Gerekend had Jan Brokken allerminst op zo’n succes. ‘Alle achttien maanden dat ik aan De vergelding schreef, hamerde als een onheilstijding in mijn kop: het zóveelste boek over de oorlog. Maar in één opzicht was het volstrekt nieuw: het beschreef de oorlog van gewone mannen en vrouwen in een doorsnee dorp. Geholpen door zijn vroegere buurjongen en dorpsgenoot Bert Euser baseerde ik het boek op meters juridische en historische documenten en op 185 interviews met ooggetuigen, direct betrokkenen of nazaten van direct betrokkenen. Door die research op de vierkante millimeter ontstond een ook voor historici verrassend ander beeld.’